Je bank geeft een nominale rentevoet op. De werkelijke kost omvat ook dossierkosten, jaarlijkse beheersvergoedingen, en de manier waarop amortisatie samengesteld wordt over de tijd.
Is deze rentevoet en kostenstructuur typisch voor een Belgische KMO-lening?
De calculator toont je de kost. Credia's analyse toont hoe die zich verhoudt tot de markt — en waar je precies kunt terugduwen.
Maandelijkse afbetaling via standaard Franse amortisatie. Dossierkosten worden behandeld als eenmalige kost. Jaarlijkse beheersvergoeding wordt toegepast op het oorspronkelijke leningsbedrag (conservatief). Het werkelijke jaarlijkse tarief is de IRR van alle kasstromen.
Belgische banken zijn verplicht het Jaarlijkse Kostenpercentage (JKP) te vermelden bij consumentenkrediet. Voor commerciële KMO-leningen bestaat geen gelijkaardige wettelijke verplichting. De bank geeft een rentevoet op. De kosten staan apart vermeld. Bijna geen enkele ontlener telt ze correct op.
Een dossiervergoeding van 1% op een lening van €500.000 is €5.000 op dag één betaald. Bij een lening op 3 jaar aan 3,5% voegt die kost alleen al ~0,6% toe aan je werkelijke jaarlijkse tarief.
Een jaarlijkse beheersvergoeding van 0,25% klinkt triviaal. Op een lening van €500.000 over 5 jaar is dat €6.250 aan extra kosten bovenop de interest. De meeste KMO's merken het op het rekeningafschrift maar rekenen het nooit mee.
Als een bank 3,5% citeert, heeft hun kredietcomité een deal goedgekeurd geprijsd op 4,1% all-in. Ze kennen de werkelijke kost. Nu jij ook. Onderhandel over de kosten om het all-in getal omlaag te brengen.